Helena Jansz in gesprek met fotograaf Willem Wernsen

Timeless

Bekend om zijn portretten, besproken om zijn fijnzinnigheid en geprezen om zijn betrokkenheid. Fotograaf Willem Wernsen, de man die het juiste moment aanvoelt. “Ik heb de foto al gezien voordat ik hem gemaakt heb.” Zijn tweede boek heet “Timeless”

 

In een stromende regen jaag ik mijn voertuig over de snelweg. Felle bliksemflitsen doorbreken de monotone grauwheid die het landschap heeft opgeslokt. Als ik Amersfoort binnenrijd klaart het op. Willem gaat me voor naar de keuken waar eerst een vers kopje koffie wordt gezet. Het handige apparaat doet zijn werk en even later betreden we de woonkamer die overgenomen is door, stapels foto’s, fotopapierdozen, fotoboeken, fotomagazines en een open kast vol camera’s op en onder elkaar. Mijn oog blijft haken aan een groot schilderij, een impressie van Venetië in transparante blauwtinten, geschilderd door zijn vrouw Margareth. Je kunt er niet omheen, het leven is niet mild voor hem en de sporen zijn zichtbaar. Eerst werd hij zelf ziek en later Margareth, zij overleed vorig jaar aan kanker. Willem heeft veel steun aan zijn kinderen en vrienden. Hij is positief, leeft bij de dag en vindt daarnaast troost in zijn passie, dat zeldzame talent. In december komt zijn tweede fotoboek uit. “Timeless” gaat het heten.

 

Wens

“Timeless” is opgedragen aan zijn vrouw Margareth. “Je maakt tijdloze foto’s,” zei ze altijd tegen hem. Zij zag zijn nieuwste foto als eerste, was zijn klankbord, keek over zijn schouder mee, had een goede kijk op zijn kunst en heeft hem altijd gestimuleerd. Margareth deelde zijn liefde voor de fotografie en het was haar wens dat Willem nog een boek zou maken, nadat zij overleden was. En zo is het gegaan.

 

Timeless beslaat de laatste zeven jaar. Een periode waarin Willem minder heeft kunnen fotograferen, maar waarin zijn ontwikkeling vooruit is gegaan. De foto’s zijn intenser, ze ademen. Zijn ontwikkeling is belangrijk voor hem. “Als je jezelf gaat herhalen, wordt het een maniertje.” Zijn fotografie komt voort uit zijn liefde voor de gewone mens. Hij brengt zijn eerste foto’s in herinnering. “Ik kwam met foto’s van mensen die ik op straat had gezien.” In die periode verdiende Willem zijn geld in de slagerij en later als marktmeester op de markt, ongedwongen plekken waar iedereen komt en die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn talent. De foto’s in Timeless zijn een selectie uit reizen naar o.a. Istanbul, New York, Parijs en dichter bij huis. Zowel portretten als straatfotografie. Naast de portretten staan er ook aantal “snapshots” in het nieuwe boek, foto’s die “en passant” genomen zijn. Ook deze vorm van fotografie weet Willem iets extra’s te geven. “Het is mooi als er een bepaald, onverwacht, moment plaatsvindt, dat is het spannende ervan.” Met zijn dochter is hij naar New York geweest. Bij speelgoedconcern ToysRUs, heft een vrouw net haar hoofd op boven een aantal poppen. Een onvoorspelbaar moment, maar Willem heeft al geschoten. Men zegt wel dat hij een zesde zintuig heeft. “Ik heb de foto al gezien voordat ik hem gemaakt heb.”  

 

Een subtiel verborgen intentie ligt als een onzichtbaar laagje over de foto’s heen

Zijn eerste boek “Beautiful people” toont een selectie foto’s waarin de puurheid  en eigenheid van de geportretteerde naar voren komt. Er is geen franje en het directe contact tussen hem en zijn onderwerp is voelbaar. Er is geen zweem van terughoudendheid bij de gefotografeerde, alleen vertrouwen en overgave. In Timeless gaat Willems ontwikkeling een stap verder, in de puurheid zit een verdieping, een subtiel verborgen intentie ligt als een onzichtbaar laagje over de foto’s heen. Hoe doet hij dat? Hoe krijgt hij deze mens, die op een willekeurig moment in zijn of haar leven wordt aangesproken, zo spontaan in beeld?

 

Vierkant kijken

Het eerste wat opvalt aan de portretten van Willem Wernsen zijn drie dingen: zwart-wit, vierkant en een natuurlijke belichting. Over zijn voorliefde voor zwart-wit zegt hij het volgende: “Zwart-wit is tijdloos, het dringt dieper tot de essentie van het beeld door.” Het formaat stamt uit de tijd dat Willem met een zes bij zes camera werkte. “Met mijn Mamiya’s,” zegt hij op een manier waarin ik een zweem van heimwee proef. “Ik kijk altijd met een fotografisch oog, meestal vierkant,” voegt hij er aan toe. “Ik werk nog steeds vierkant. Sommige mensen zeggen dat je het hele beeld moet gebruiken. Ik niet, wat ik niet nodig heb snij ik gewoon weg, daar wind ik geen doekjes om.” Zijn belichting is altijd natuurlijk. “Soms open ik een gordijn of vitrage of misschien brandt er ergens een lampje dat net die extra lichtval geeft. Een aantal portretten in “Beautiful people” heb ik buiten gemaakt. Ik had een zwart doek op de markt gekocht en dat gooide ik dan ergens over heen, een waslijn bijvoorbeeld.”

 

Ontmoetingen

Veel van zijn foto’s zijn voortgekomen uit ontmoetingen op straat en Willem vertelt hoe hij aan zijn contacten komt. “Het zijn vaak ontmoetingen die heel kort plaatsvinden. Als ik tegen iemand aanloop kijk ik hem aan. Op de een of andere manier klikt het en dan vraag ik of ik mag fotograferen.” Hij stelt daarin wel zijn grenzen, want voorop staat dat de ander in zijn waarde blijft. Willem heeft veel met mensen gewerkt en is gewend om ze aan te spreken. Hij geeft er een voorbeeld van. “Een man in de fietsenstalling ging op een dag vol van geluk met een grote bos bloemen naar huis. Hij bleek  veertig jaar getrouwd te zijn. Ik feliciteerde hem en maakte een grapje,” hij zegt het met warmte in zijn stem en het is alsof hij de situatie weer voor zich ziet. Spontaan werd Willem uitgenodigd en later maakte hij een schitterend portret van het stel bij hen thuis. 

“Ik ben altijd een mensenfotograaf geweest. Ik heb me op één onderwerp gestort en dat heb ik tot op de bodem geprobeerd uit te spitten. Ik heb de bodem nog niet bereikt, maar er toch al veel uit kunnen halen. Als je je specialiseert in één ding, kun je dieper gaan. Er komt dan meer bovendrijven dan dat je je met verschillende onderwerpen bezighoudt.” Hij gunt zichzelf een adempauze en voegt er aan toe: “Dat kan ook heel plezierig zijn, maar dan ben je met teveel tegelijk bezig. Je verdiept je niet en dat is wat ik belangrijk vind.” Het is duidelijk. Willem laat zich niet afleiden, hij blijft bij zijn onderwerp en daar ligt zijn kracht! 

 

Wisselwerking

Het nieuwe boek heeft een andere formule. Waren de foto’s in het eerste boek nog ingedeeld per land, nu staat alles door elkaar. New York naast Istanbul en een portret uit de koffieshop naast een portret van een spelend kind. Hierdoor krijg je meer wisselwerking en kijkt het prettiger. Hij staat op en laat het me zien. Eerst moeten er dozen, die de afmeting hebben van een paar herenlaarzen, aan de kant. Er blijken talloze doosjes met pillen in te zitten. “Ik slik verschillende medicijnen per dag,” zegt hij. De doos balanceert gevaarlijk op de rugleuning van een stoel. Willem legt steeds twee foto’s naast elkaar en het wordt me duidelijk wat hij bedoeld. Door deze keus te maken komt er meer dynamiek in het geheel. “Kijken doe je met je ogen en zien met je gevoel,” benadrukt hij en dat geldt niet alleen tijdens het maken van de foto, maar ook tijdens de selectie. Die heeft hij samen met een goede vriend gedaan. Het voorwoord is geschreven door Patricia Steur en daar is hij erg blij mee. Het boek is tweetalig: Nederlands en Engels.

De afdrukken zien er uit alsof ze uit “de natte doka” komen, zoals Willem het noemt, maar zijn geprint op barietpapier met K3 inkt en uit de Epson printer gerold die boven op zijn werkkamer staat. “Deze is in Antwerpen gemaakt.”  Vijf mannen met een hoed op, één ervan kijkt nieuwsgierig achterom in de lens. “Ik zag de uitsnede al voor me, nog voordat de foto genomen was.” 

 

 “Ik ben begonnen met het inscannen van mijn zwart-wit negatieven.” Willem heeft nog lang analoog gewerkt. De beginperiode van het digitale tijdperk heeft hij overgeslagen. “Ik ben er pas ingestapt toen ik zeker wist dat ik met digitaal dezelfde afdrukkwaliteit zou kunnen halen als met analoog,” legt hij uit. Later ontdekte hij dat het werken met de digitale camera en de computer veel voordelen had. Het staan boven de vloeistofbakken terwijl zijn hoofd en nek naar voren hingen ging door de reuma in zijn wervels niet meer, net als het inspoelen van de films waarbij zijn handen verkrampten. De digitale ontwikkeling draagt bij aan het kunnen continueren van zijn kunst. 

Zijn foto’s verschijnen in kleur op zijn beeldscherm. Dat is anders dan hij gewend was in de natte doka. Het is mogelijk de camera in te stellen op zwart-wit en misschien logisch voor een fotograaf die uitsluitend in zwart-wit fotografeert. Toch kiest Willem daar niet voor. “Je verliest veel belangrijke informatie. In kleur beschik je over meer tinten, meer mogelijkheden die belangrijk zijn tijdens de nabewerking van de foto.” 

 

Wapperen met je handen 

Willem is blij met de digitale ontwikkelingen, want het heeft veel voordelen, maar hij idealiseert het niet. Met klem benadrukt hij: “Het is een hulpmiddel. Een treffende foto die bijvoorbeeld met een schoenendoos met een gaatje erin gemaakt is, heeft voor mij net zoveel waarde, als een foto die met een camera van duizend euro gemaakt is. Het gaat uiteindelijk om het beeld, dát moet spreken!” Hij haalt een voorbeeld uit de doka aan: “Sommige mensen lachen me er om uit,” zegt hij serieus, “maar een techniek zoals het doordrukken en tegenhouden, het wapperen met je handen onder de vergroter moet je een keer gedaan hebben.” Hij is er absoluut voorstander van om op fotografieopleidingen ook de analoge techniek te leren. “Geef studenten een analoge camera, een film en stuur ze de doka in. Leer ze hoe je een  film moet ontwikkelen. Je ziet dan wat er gebeurt. Dat is de basis en die moet je een keer gezien en meegemaakt hebben.” 

Zijn doka heeft hij nog steeds en later als we boven een kijkje nemen zie ik de zwarte vergroter staan en aan een lijntje hangen zwart-wit negatieven. Het is er al net zo vol als beneden. “Sommige mensen vragen me hoe ik hier kan werken, maar ik voel me erin thuis.” 

 

Vlees in handen

“Een foto aan de muur is mooi, een foto op internet is mooi, maar een boek is de droom van iedere fotograaf,” zegt Willem en ineens komt de slager uit een ver verleden om de hoek kijken: “Met een boek heb je vlees in handen,” benadrukt hij. “Een boek is tastbaar.” Overal liggen fotoboeken. Willem kijkt zelf veel naar andere fotografen, bestudeert ze. Hij houdt vooral van portretfotografie. “Kees Scheerder, een Nederlandse fotograaf, is misschien niet zo bekend, maar maakt prachtige foto’s,” zegt hij met bewondering. Willem is vooral geïnteresseerd in portretfotografen. Tot zijn voorbeelden behoren de klassiekers: Cartier Bresson, Diane Arbus, Ed van der Elsken en eigentijdse Belgische fotografen zoals:  Stephan van Fleteren en Carl de Keyzer. Ook houdt hij veel van oude zwart-wit films met Humphrey Bogard en van de Italiaanse meester Federico Fellini. “Die oude beelden boeien me. Soms zet ik de film stil om de scene te bestuderen. Dan kijk ik hoe het licht valt en hoe het is opgebouwd. Daar leer je van.” 

 

Toeter

Veel foto’s van hetzelfde onderwerp maakt Willem Wernsen niet. “Eén, twee, soms drie. Meer is helemaal niet nodig,” zegt hij met nadruk. “Je kunt zien of de foto er goed op staat, of het de juiste uitstraling heeft. Ik fotografeer veelal met een heel klein cameraatje. Een Lumix, Panasonic GF1 met een 20 mm, 1.7 (40 mm eqiuvalent kleinbeeld) lens, dan kan ik tot zeker 800 iso, of iets hoger, alles vrijwel ruisloos fotograferen.” Hij voegt hier nog een belangrijk detail aan toe: “Heel af en toe gebruik ik een invulflits.” Willem laat me zien hoe hij dat doet. “Je noemt dat bouncen,” zegt hij. “Je richt je flitser onder een bepaalde hoek naar het plafond en dan heb je nét dat extra licht om bv de ogen op te lichten. Het voordeel van een kleine camera is dat je niet wordt aangezien als een professional. Dit opent meer het contact met mensen dan een grote spiegelreflex met zo’n toeter er op,” legt hij uit en geeft me een compact tasje aan. Het is heel praktisch en niet zwaar. “Daar zit al mijn apparatuur in.”

Delta F

Vier maanden nadat zijn vrouw is overleden is Willem met de fotogroep Delta F naar Istanbul geweest. “De jongens dachten dat het me goed zou doen er een paar dagen tussenuit te gaan en dat was ook zo.” Delta F is een groep professionele fotografen die meer dan twintig jaar bij elkaar komen en een hechte vriendenkring vormt. Het zijn allemaal mensen met gedegen kennis van zake en komen regelmatig bij elkaar. Eén keer in de twee jaar doet het collectief mee aan het fotofestival in Naarden. Dan hangen de foto’s in dit mooie vestingstadje in de buitenlucht. Zijn vrienden van de fotogroep Delta F zijn, naast het contact, ook belangrijk als graadmeter. De groep komt regelmatig samen om elkaars foto’s te bespreken. “Als ik een foto laat zien komen er reacties, maar ik ga daar niet meteen mee aan de gang. Eerst gaat de besproken foto een week of drie op de tafel en kijk ik er naar. Daarna beslis ik of er iets veranderd moet worden, er bijvoorbeeld meer contrast moet komen of er nog een gedeelte moet worden doorgedrukt.” Een kleine pauze volgt, en Willem stapt over op een ander, een delicaat onderwerp waar hij zonder schroom over praat. “Ik moet vooral kijken hoe het fysiek met me gaat. Wat ik nog aankan. Het hoofd wil wel, maar het lichaam wordt steeds minder. Dat beperkt je ook in de fotografie.” Eén of twee keer per week verplaatst hij zich met de scootmobiel door de stad en is de koffieshop zijn rusthonk. “Ik hou ervan een babbeltje te maken, ik ben een echt mensenmens en het is er heel gezellig. Ik maak er een praatje, drinkt een kop koffie en schiet af en toe een foto. Niet altijd. Ik laat de camera ook vaak thuis, omdat ik niet de indruk wil wekken dat ik alleen kom om te fotograferen.”

 

 

“Succes is relatief, je geniet er van, maar dan ga je weer naar het volgende, ga je weer vooruit.”

Willem zit heel rustig rechtop in zijn stoel. Hij is een grote man en de stoel is ook groot en breed. Een koning op zijn troon en zijn bescheidenheid siert hem. “Fotograferen om bekend te worden lukt 

niet, ” zegt hij. “Ik heb niet bewust voor het succes gekozen, ik fotografeer vanuit mijn borstkas. Als het opgepakt wordt of tot enig succes leidt, is dat mooi meegenomen. Succes is relatief, je geniet er van, maar dan ga je weer naar het volgende, ga je weer vooruit.” Er liggen nieuwe plannen in het verschiet, maar eerst gaat Willem eens rustig kijken hoe met  de uitgave van “Timeless” gaat. “Timeless” gaat via zijn site op internet verkocht worden en via Camera Magazine. “Mensen kunnen ook langkomen om het op te halen en als ze willen vertel ik over mijn foto’s,” komt er uitnodigend uit en hij meent het.

www.willemwernsen.nl