Helena Jansz in gesprek met landschapsfotograaf Harry Pelgrim

 

 

De ziel van de Rijn 

 

Missie of historisch document? 

Harry Pelgrim (1957), zoon van een boer, opgegroeid in de Achterhoek en via Tiel, neergestreken in het kleine plaatsje Heerewaarden (smalste puntje tussen Maas en Waal) heeft in de loop van zijn carrière als fotograaf een bijzondere belangstelling voor rivieren en waterbeheersing ontwikkeld. Hoewel de naam Pelgrim en zijn bedrijf Pelgrimages een zekere vraag doet oprijzen is het idee, om het stroomgebied van de Rijn te fotograferen, voortgekomen uit de behoefte om een vrij project te doen naast zijn commerciële werkzaamheden. Met het project “Het stroomgebied van de Rijn” heeft Harry Pelgrim een belangrijk historisch tijdsbeeld gedocumenteerd. 

 

De fotografie is ontstaan uit hobby, maar na zijn studie aan de fotovakschool (Apeldoorn) geeft Harry zijn werk op en kiest voor de fotografie, hij is dan dertig jaar oud. Naast zijn commerciële werk als fotografisch illustrator voor studieboeken, publiciteitsfotograaf voor vak- week- en maandbladen en industrieel fotograaf, kreeg Harry steeds meer belangstelling voor het gebied waar hij woonde. Dit resulteerde in het fotograferen van uiterwaarden, knotwilgen en dergelijke.

 

In 1995 maakt Harry een fotoverslag van de evacuatie in het land van Maas en Waal. Deze reportage is vastgelegd in het boekje “Verlaten Waarden”. Daarmee is de belangstelling voor de complexiteit van waterbeheersing definitief.

In 2001 verzorgt Harry het beeldmateriaal voor de Campagne “waterpeiling” van Rijkswaterstaat. Tijdens de per schip reizende tentoonstelling komt hij in gesprek met de bewoners van de gebieden waar het schip aanmeert. Het verbaast hem dat hun kennis over de rivier niet verder reikt dan hun woongebied. Het idee is geboren en groeit uit in het omvangrijke project “Het stroomgebied van de Rijn”dat acht jaar zou gaan duren. De reis beslaat negen landen: Italië, Zwitserland, Liechtenstein, Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, België, Luxemburg en Nederland. Harry legde 6.500 kilometer aan rivieren, kanalen en meren vast in ruim 28.000 foto’s, waaronder 9000 dia’s. Uit dit omvangrijke archief selecteerde hij 2.277 foto’s die hij uiteindelijk als DVD-video presenteert. Ook geeft hij lezingen.

 

De eerste stappen zitten vol verrassingen. In 2001 wordt hij tegengehouden bij de Zwitserse grens. “Ich komme aus Holland um der Ursprung des Rhein zu entdecken” was niet het handigste antwoord op de vragen van de douanebeambte: “waar komt u vandaan en waar gaat u naar toe?” De toen nog langharige Harry en zijn vriendin Joke werden evenals de auto binnenstebuiten gekeerd. Op locatie bleek het gebied moeilijk begaanbaar door de sneeuw. Het romantische beeld van de bron in ongerepte natuur wordt ontnuchterd door de werkelijkheid: het minieme stroompje wordt na 50 meter al gekanaliseerd om vervolgens te verdwijnen in pijpleidingen die het water transporteert naar stuwmeren. 

     

Een chauffeur blijkt onontbeerlijk tijdens de reportages. Het afdalen van de rivier gebeurt in grote lijnen met de auto en in gezelschap van Joke of met vrienden. Het zoeken naar plekken om te overnachten kost veel tijd, dus kopen ze in 2003 een camper. 

Harry documenteert tachtig tot honderd kilometer per dag. Ook gaan er fietsen mee, de camera’s in de fietstassen. De minder begaanbare gebieden worden te voet afgelegd, met alleen de noodzakelijkste apparatuur in de schoudertas. Hij klautert over hekken, doorkruist onbegaanbare gebieden met de vraag: wat zal er achter dat stuk land of die dijk liggen? Niet alles ging vanzelf. Op een dag in 2001 dacht hij dicht bij de bron van de Hinterrhein te zijn toen hij werd tegengehouden door een legerofficier. Dit gebeurde wederom in 2002.Via internet kwam hij erachter dat het om een schiet oefenterrein voor tanks ging. Uiteindelijk kreeg hij in 2007 toestemming het terrein te betreden, maar de bron bleek nog een dag klauteren. 

 

Tijdens dezelfde reis in 2001 bezoekt Harry een zijrivier van de Rijn, de Aare die de grootste toevoer aan de Rijn is. Door het ontzag voor deze rivier besluit hij ook de zijrivieren op te nemen in het project. De hoogwaterperiode in 2002, van de Moesel (Frankrijk en Duitsland), levert spectaculaire beelden op. Hij rijdt achter brandweerauto’s aan die de wegen schoonspuiten. In deze periode vraagt hij zich af hoe functioneel de mooie plaatjes zijn binnen zijn project. Hij komt tot de conclusie dat hij het karakter van de rivier wil weergeven. 

 

In 2003 krijgt het project zijn definitieve vorm. De mooie plaatjes: zonsondergangen, close ups van in het oog springende details en foto’s die een eigen verhaal vertellen, zijn niet meer het doel van zijn missie, hij wil het karakter, de ziel van de rivier blootleggen. Dit doet hij door de rivier zichzelf te laten vertonen. Praktisch houdt dit in dat Harry op elke kilometer van de rivier 2 foto’s maakt. Hij is de documentarist die registreert wat hij aantreft. Door dit in de gematigde periode, van mei tot september, te doen zie je het beste hoe de rivier zijn omgeving gevormd heeft en hoe wij deze ruimte gebruiken.

Nu het doel duidelijk is besluit hij eerst de grote lijnen neer te zetten. Later in 2007, 2008 en 2009 vult hij de hiaten, datgene waar hij nog niet aan toegekomen is, op. Zo legt hij het volledige stroomgebied van de Rijn vast

 

De weersomstandigheden zijn vanzelfsprekend niet altijd best, maar tijdens regen, storm of onweer werkt Harry gewoon door. Wel mijdt hij het hoogste punt op de dag als de zon te scherp is, dat geeft te grote contrasten en is een mooi moment om rust te nemen en te lunchen.

In tegenstelling tot zijn reclamefotografie gebruikt hij geen statief er wordt niets geënsceneerd.

 

Hij komt, hij kijkt en hij schiet

 

Interessant is hoe het belang van de rivier per gebied verandert: agrarisch, industrieel of stedelijk. Een voorbeeld waarbij de rivier duidelijk een andere functie krijgt is de stad waar onderwerpen als drugs en prostitutie zich langs de rivier afspelen. Harry heeft ook alle kern- en kolencentrales gefotografeerd, maar de rivier laten zien vanuit zijn functionaliteit, zegt niets over de rivier zelf. Cultivering, kanalisering, sluizen, bruggen, tunnels, havens, stuwmeren bepalen zijn functie, evenals binnenvaart, pleziervaart, aanlegplaatsen voor sport en recreatie en niet te vergeten rustige plekjes voor vissers, scheepsspotters en een picknick. Het zijn uitingen van functionaliteit, maar het zegt niets over het karakter van de rivier. Harry houdt zich niet bezig met de historie of geschiedenis van de rivier. Dat is een onmogelijke opgave, omdat de ontwikkeling doorgaat en foto’s dateren snel.

 

Analoog-digitaal

Bij aanvang van het project werd er uitsluitend op diamateriaal gefotografeerd en vanaf 2004 volledig digitaal. Vanaf 1996 nam Harry zijn huidige studio in gebruik en ziet al snel de voordelen van de digitale camera die in die periode in opkomst is, maar eerst werkt hij zich door het hybride tijdperk heen: analoge foto’s worden gescand en met de computer bewerkt. Foto’s bewerkt hij, zoals vroeger in de doka in het programma Photoshop met de Mac. 

In 1999 werd de eerste digitale camera aangeschaft. Hij start met de Canon powershot pro 70. Er volgen diverse andere camera’s doch komt uiteindelijk terug op zijn oude liefde de Minolta Dynax D7. Vanaf 2004 gaat de doka dan ook definitief op slot.

Met de komst van de huidige Sony A900 bereikt hij een kwalitatief hoger niveau dan vroeger met de analoge camera.

 

Een bijkomstigheid van het digitale tijdperk is dat hij zijn publiciteitswerk in korte tijd volledig kwijt raakt. In 2006 werd dan ook minder tijd aan het Rijnproject besteed en meer tijd aan zijn industriële klanten. Tegenwoordig zijn scheepswerven een belangrijke klantenkring. 

 

Het project bekostigt Harry zelf. Vakanties zijn onderdeel van het project geworden, maar om wat lucht aan het project te geven gaat het stel op vakantie naar Spanje. Harry komt terug met een reportage over de stroom van vijf rivieren. Van bron naar delta blijkt een thema geworden te zijn in zijn leven.

 

Hoe presenteer je 28.000 foto’s? Als eerste maakt Harry een selectie. Hij heeft tijdens de registratie de guldensnede toegepast waardoor de horizon vrijwel op iedere foto gelijk loopt. Dit is rustig voor het oog als je de foto’s na elkaar laat zien en ontstaat het idee van een fragmentarische film waarbij ieder beeld een nieuwe locatie biedt. 

Oorspronkelijk werd er gedacht aan de publicatie in boekvorm. Doch doordat  er dan teveel consessie’s gedaan moesten worden in het aantal foto’s bleek het projekt beter tot recht te komen d.m.v een presentatie op dvd-vide